You are currently browsing the tag archive for the ‘Bart Tromp’ tag.

door Jerry Mager
(15 juni 2012)

“Het probleem van de Nederlandse politiek is dat regeerbaarheid niet haar eerste bekommernis is. Voor politiek-bestuurlijke vernieuwing, zo blijkt, staan partijen alleen open voor zover ze op een of andere manier belang erbij hebben.”
Wim Couwenberg (2012) in: Nieuw kiesstelsel is nodig tegen de politieke implosie

“I am not a mere customer of my government, thank you … I expect something more than arm’s length trading and something less than the encouragement to consume …”
Henry Mintzberg (1996) in: Managing Government, Governing Management

“Liberalism has opposed privilege in policy formulation only to foster it quite systematically in the implementation of policy.”
Theodore Lowi (1969) in: The End of Liberalism

“Economic liberalism misread the history of the Industrial Revolution because it insisted on judging social events from te economic viewpoint.
Nowhere has liberal philosophy failed so conspicuously as in its understanding of the problem of change. Fired by an emotional faith in spontaneity, the common-sense attitude toward change was discarded in favor of a mystical readiness to accept the social consequences of economic improvement, whatever they might be.”
Karl Polanyi (2001/1944) in: The Great Transformation. The Political and Economic Origins of Our Time”

De gunstige uitkomsten die de SP tijdens de opmaat naar de verkiezingen in september in de peilingen steevast scoort, baren de gevestigde partijen zorgen. Hoewel ieder talking head de geijkte kwalificaties voor politieke barometers en peilingen ten beste geeft, zit men daar in Den Haag vermoedelijk meer en vaker op hete kolen dan de respectieve partijvertegenwoordigers willen doen voorkomen.
Vooral de establishment “bestuurderspartijen” die er volgens diezelfde peilingen dramatisch slecht afkomen, zoals de PvdA en het CDA, lijkt er veel aan gelegen de huidige voorspellingen van de peilingbureaus tenminste in september te logenstraffen. In de strijd naar de kiezersgunst trekt men van alles uit de kast om de eigen club zo voordelig mogelijk over het voetlicht te brengen, daarbij de concurrenten in de schaduw stellend.
Indien je het handig aanpakt, kun je dat in het zonnetje zetten van je eigen club ook bewerkstelligen door de concurrentie naar de afgrond te prijzen: letterlijk afprijzen dus.
Deze aanpak lijkt oud PvdA-minister Wouter Bos te hanteren in zijn column ‘Hoe flikken ze dat toch bij de SP?’ in de Volkskrant van donderdag 14 juni 2012. Tegelijk neemt hij de gelegenheid te baat om ietwat verongelijkt zijn eigen partij enkele vegen uit de pan te geven – hadden jullie mij destijds maar ruimhartig en liefst onvoorwaardelijk gesteund, hoor je Bos bijna zeggen. Het mes snijdt hier dus tenminste aan twee kanten: leek de PvdA maar meer op de SP, of toch liever niet?

” ‘Hidden antisocials’ provide material for a type of leadership which is sociologically immature. Moreover this element in a society greatly strengthens the danger that derives from its frank antisocial elements, especially since ordinary people easily let those with an urge to lead into key positions. Once in such positions, these immature leaders immediately gather to themselves the obvious antisocials, who welcome them (the immature anti-individual leaders) as their natural masters.”
Donald Winnicott (2006) in: The Family and Individual Development

Bos zet zijn afkammen van de SP in met een preteritio, dat wil zeggen dat hij beweert dat hij het eigenlijk niet over iets wil hebben terwijl hij dat juist wel doet. Bos sleept “het maoïstische verleden van de SP en de daarbij horende kadaverdiscipline” erbij om de eensgezindheid van de SP-politici in hun communicatie met de media te verklaren en noemt dat meteen flauw van zichzelf. Hadden we dat bij de PvdA ook maar, die kadaverdiscipline, hoor je Bos bijna verzuchten. Jammer genoeg gaat het er bij de PvdA veel democratischer aan toe dan bij de SP en die lovenswaardige instelling resulteert in gedrag dat partijleiders nachtmerries bezorgt, namelijk: ” dat verschillende vertegenwoordigers van de partij over één en dezelfde kwestie met verschillende , in de pers komen op een moment dat je dit slecht uitkomt.” Dit zegt meer over beperkte leiderschapskwaliteiten van de partijleider dan over tegendraadse partijgenoten.
Zo laat die eensgezindheid bij de SP zich natuurlijk net zo goed verklaren uit een gedeeld gedachtengoed, waarbij het algemene, publieke, belang voorop staat. Kennelijk is dat vandaag de dag niet langer bon ton in de Nederlandse politiek en opereren succesvolle moderne volksvertegenwoordigers als individualistische politieke ondernemertjes, die hun carrière voorop stellen en hun politieke loopbaan slechts beschouwen als een stap op de ladder van hun carrière? Bovendien schuift zo’n job als politiek bestuurder en volksvertegenwoordiger ook nog eens erg royaal en met de secundaire arbeidsvoorwaarden van het volksvertegenwoordigerschap zou menig echte ondernemer, buiten de Haagse kaasstolp, zich verlekkerd de vingers aflikken.

“interest-group liberalism”
Met name de establishmentpartijen met een lange regeertraditie hebben inmiddels een baaierd aan functies en banen geïnstitutionaliseerd die voor incrowd-partijleden zijn gereserveerd; vandaar de aanhalingstekens om “bestuurderspartij.” Wijlen PvdA’er Bart Tromp noemde zijn partij weleens een uitzendbureau voor Kamerleden, een banenmachine. Ze krijgen uiteindelijk allemaal een gematste baan en om zo veel mogelijk apparatsjiks aan een profijtelijke plek en riante beurt aan de Staatsruif te helpen, worden de fracties regelmatig ververst. Menig “politicus” baat het systeem slechts ten eigen voordele uit en bedrijft in het gunstigste geval misschien wat Theodore Lowi zo mooi als interest-group liberalism omschrijft.
Deze ontwikkeling heeft zich in Nederland alleen maar verbreed en is nu dieper dan ooit geworteld in ons maatschappelijk bestel. Het zogeheten “maatschappelijk middenveld” is het Luilekkerland voor politici en de uitgebreide politieke clientèle wanneer het om parkeerplekken aan de Staatsruif gaat.

Een illustratief voorbeeld van de koehandel in politieke benoemingen is de recente casus van VVD’er Charlie Aptroot, die luidkeels pleitte voor het ont-privatiseren van de natuurlijke monopolist de NS. Terecht dat Aptroot deze bizarre figuur aan de kaak stelde, maar ging het hem werkelijk om de NS? Misschien kunnen we in gewone mensentaal stellen dat de heer Aptroot hogerop wilde via zijn partij, maar blijkbaar kreeg hij zijn zin niet, of volgens hem niet snel genoeg, en dus schopt hij een rel rond het thema privatisering – de VVD beijverde zich in de jaren negentig voor het “privatiseren” van de natuurlijke monopolist NS. Aptroots tactiek werkt probaat, want prompt krijgt hij het burgemeesterschap van Zoetermeer toegeschoven (hoeveel gaat Aptroot er met deze nieuwe baan op vooruit?) en over de onzinnige situatie bij de NS hoor je niemand niet meer. Die onzalige constructie blijft vooralsnog gewoon doorhobbelen. Vermoedelijk zijn er te veel hoogbetaalde “managementfuncties” mee gemoeid en zou bij ont-privatisering een herverdeling van baantjes aan de orde zijn. Het VVD-management heeft kennelijk zijn les geleerd met ex-partijgenoot Wilders, die voor zichzelf begon nadat hij vermoedelijk niet snel genoeg naar zijn zin omhoog kwam op de apenrots van de VVD. Dus Aptroot werd rap bediend. Hem hoor je voorlopig niet meer.

De nogal hermetische partijcultuur bij de SP kent zijn nadelen, zoals Bos terecht opmerkt, maar een groot voordeel van zo’n relatieve beslotenheid is dat je er politieke profiteurs, baantjesjagers, avonturiers en uitvreters redelijk effectief mee weert. Onder fraai klinkende etiketten als kruisbestuiving, externe ervaring en job rotation worden maar al te vaak nijver-netwerkende- belangenverstrengelaars en paard-van-Troje-lobbyisten binnengeloodst, die hun politieke posities profijtelijk uitbaten ten eigen faveure. Kijk maar eens naar de lobbyisten in dienst van de bouwondernemers en de tabaksbonzen.

De zogenaamde democratische diversiteit waarover Bos quasi-toegeeflijk het hoofd schudt, zou weleens uit heel andere motieven kunnen voortspruiten dan de officiële lezing zo graag wil doen geloven: louter gaan-voor-het-beste in dienst van het algemeen belang naar deugdelijke democratische traditie. Zo zou je het gedrag van al die PvdA’ ers net zo goed kunnen interpreteren: waken over je eigen belangetjes en zorgen dat er geen beleid op stapel wordt gezet dat je eigen belangen, of dat van je patrons, doorkruist en frustreert.
De gang van zaken bij de SP noemt Bos “uniek” en dat pleit intussen dus allerminst vanzelfsprekend voor de gang van zaken bij al die andere partijen. De PVV valt alsnog buiten dit kader, want de politieke entrepreneur Wilders, een VVD-renegaat en de oud-mentor van premier Rutte, heeft een nieuw politiek businessmodel in de kiezersmarkt gepositioneerd: de ledenloze partij; volgens Wim Couwenberg “een symptoom van een politiek bestel in ontbinding.”

de “grote Ommezwaai” bij de SP
Hetgeen Wouter Bos en vermoedelijk ook menige andere concurrerende politieker het meeste zorgen baart, is wat Bos als de grote ommezwaai, de koerswijziging, van de SP betitelt: “het accepteren van beleid waar ze jarenlang tegen geprotesteerd had.” Deze veranderde opstelling van de SP zoals door Bos gepresenteerd zou al die andere partijen die het betreffende beleid bekostoven en uitvoeren als muziek in de oren moeten klinken, hoewel “accepteren” vermoedelijk te zwaar aangezet is. Tenzij de SP werkelijk de huik naar wind zou hangen natuurlijk, en zich naïef het moeras in zou laten trekken van medeplichtigheid aan de verdergaande verloedering van Nederland en versjtering van Europa, door: “niet langer weg te lopen voor verantwoordelijkheid,” door ook “haar nek uit te steken” en door eveneens “vuile handen te durven maken” en in het Landsbelang ” over de eigenschaduw heen te springen” – zoals PvdA-voorman Job Cohen jammerlijk deed: keer op keer als een gedresseerde poedel door de PVV-CDA-VVD-hoepel springen. Alles, om maar dicht bij “de macht” te blijven – een macht die steevast eerder onmacht blijkt.

medeplichtig aan baggerbeleid
Vanuit het Landsbelang is kwalitatief hoogstaand en deugdelijk effectief oppositie voeren tegen de verloedering van het huidige politieke bestel en maatschappelijke klimaat waarschijnlijk verre te verkiezen boven zogenaamd mee-regeren onder de reclameslogan van ” je verantwoordelijkheid nemen,” en en meer van dit soort valse kreten, waarmee je je de facto medeplichtig maakt aan bizar baggerbeleid dat Nederland slechts schaadt.
Het trieste voorbeeld van zulk treurig opportunistisch handelen leverde het CDA door met de VVD en met gedoogsteun van Wilders’ PVV een onmogelijke regering te vormen. Voor respectievelijke individuele politici stond hun carrière (“de eerste liberale premier sinds lang” en “het pensioengat” en “de opgebouwde periodieken met het oog op wachtgeld en pensioen” en “andere belangen”) waarschijnlijk voorop bij het doordrukken van deze voor ons land rampzalige figuur.

stuivertje wisselen bij stereotyperingen
Waarmee het politieke establishment vermoedelijk nog de meeste moeite heeft, is dat de door haar steevast als “dogmatisch en star” weggezette SP nu het Haagse spel mee lijkt te spelen.
Tot op zekere hoogte, mogen we hopen. Glashard liegen of 180 graden draaien, zoals menig zittend bewindspersoon tegenwoordig om de haverklap doet, is het andere uiterste, maar behendig meebewegen met en soepel inspelen op stereotypen die anderen er schijnbaar van je op nahouden, kan politiek profijtelijk uitpakken. Zo lang je zelf maar helder voor ogen hebt en houdt wat je doelstellingen zijn en wat je nastreeft.

re-framing
Wat de SP tot mijn verwondering stelselmatig heeft nagelaten en verzuimd, is het reframen van die stigmatiserende etiketten die haar door het politieke establishment werden en worden opgedrukt. Dogmatisch en star behoren vermoedelijk tot de meest gebruikte. Vooral verwonderlijk dat de SP zich dit laat aanleunen, omdat het betrekkelijk eenvoudig is om diezelfde etiketten – vaak zelfs met meer recht – op die partijen van toepassing te achten die bijvoorbeeld zo STAR vasthouden aan verworven rechten als de hypotheekrenteaftrek en die inmiddels tegen beter weten in DOGMATISCH alles blijven privatiseren wat los en vast zit. En dan het gewichtige schermen met de term BESTUURDERSPARTIJ, als verwijzend naar een partij met een lange en rijke bestuurservaring. Ik vrees dat vandaag de dag menige Nederlander de term “bestuurderspartij” toch helaas vooral leest als: plucheklevende coterietjes van zakkenvullers en kongsi’s van baantjesjagers.
In zijn column dicht Wouter Bos de SP in ieder geval een ruime bestuurlijke ervaring toe. Of ook de SP straks eventueel tot de, in de ogen van menige burger, soort van “plucheklevende politieke zakkenvullers en baantjesjagers” zal gaan behoren, is wellicht nog de meest intrigerende vraag.

legenda:

Bos, Wouter: Hoe flikken ze dat toch bij de SP? column in Volkskrant, 14 juni 2012

Couwenberg, Wim: Nieuw kiesstelsel is nodig tegen de politieke implosie // zie ook http://archief.nrc.nl/index.php/2012/Mei/22/Overig/nhnl01014/Nieuw+kiesstelsel++is+nodig+tegen+de+politieke+implosie/identify=Y (in NRC, 22 mei 2012)

Couwenberg, S.W. : Het discriminatieverbod geldt altijd, behalve bij politieke partijen.

Goffman, Irving (1974) : Frame analysis: An essay on the organization of experience. – London: Harper and Row.

Lowi, Theodore (1969): The End of Liberalism – New York; Norton

Mintzberg, Henry (1996): Managing Government, Governing Management – Harvard Business Review 20 (May/June): 75 – 83

Polanyi, Karl (2001/1944): The Great Transformation. The Political and Economic Origins of Our Time” – Boston,Mass.: Beacon Press // foreword by Joseph E. Stiglitz

suggesties:

Barzelay, Michael (2000): The New Public Management – Berkeley: TheUniv. of California Press

Kettl, Donald (2000): The Global Management Revolution –Washington,D.C.: Brookings Institution

Kettl, Donald: The Future of Public Adminstration – op internet onder http://www2.h-net.msu.edu/~pubadmin/tfreport/kettl.pdf

Osborne, David and Ted Gaebler (1992): Reinventing Government – Reading, Mass.: Allison Wesley

Winnicott, D.W. (2006/1965): The Family and Individual Development – New York etc.: Routledge, isbn13: 978 – 0 – 415 – 40277 – 4

* REAGEREN / COMMENTS naar: nel_reacties@yahoo.com *

Advertisements
Advertisements